Kalf+langer+op+melkveebedrijf+lijkt+onvermijdelijk
Ons Kalf - Nieuws

Kalf langer op melkveebedrijf lijkt onvermijdelijk

Onderzoeken tonen aan dat kalveren die langer op het melkveebedrijf verblijven weerbaarder zijn tegen ziekten. Zowel binnen politiek als binnen de veesectoren wordt er volop gesproken over een verhoging van de minimale transportleeftijd van jonge kalveren. Melkveehouders zijn minder gelukkig met het langer aanhouden van hun (stier)kalveren.

December 2022 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin de regering wordt verzocht de mogelijkheden te onderzoeken om de minimumleeftijd voor transport van jonge kalveren te verhogen. In Duitsland is het al zover. Daar blijven de jonge (stier)kalveren sinds 1 januari 2023 28 dagen op het melkveebedrijf. Ook in Europa wordt er op dit moment gediscussieerd over en nieuwe transportverordening waarin de minimale transportleeftijd van kalveren één van de punten is (zie kader).
In de gesprekken rondom het convenant dierwaardige veehouderij (dat overheid, landbouwsector en dierenwelzijnsorganisaties met elkaar willen sluiten) is de minimale transportleeftijd van niet-gespeende kalveren eveneens onderwerp van discussie. Zowel aan de gesprekstafel bij de melkveehouderij als de kalverhouderij staat het op de agenda.

Kwestie van tijd
Gezien bovengenoemde ontwikkelingen lijkt het een kwestie van tijd voordat de minimale transportleeftijd van jonge, ongespeende kalveren naar boven wordt bijgesteld. Maar niet iedereen is enthousiast. Vooral vanuit de melkveehouderij zijn de nadelen hoorbaar: er moeten meer kalverplaatsen gerealiseerd worden, de verzorging van de kalveren kost meer tijd (want meer jonge dieren op het erf) en de risico’s op ziekten en uitval nemen toe.
Bovendien is het de vraag welke gevolgen een hogere afvoerleeftijd heeft voor het melkveebedrijf als het gaat om fosfaatrechten en de mestplaatsingsruimte. Mogelijk leidt dit tot aanpassingen van vergunningen, wat in de huidige tijd voor veel extra obstakels kan zorgen. Voor landbouwminister Adema is deze kwestie reden om advies te vragen bij de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM). Het advies wordt in januari 2024 verwacht. Daarna neemt hij een definitief besluit over verhoging van de transportleeftijd van jonge kalveren die binnen Nederland vervoerd worden.

Extra kosten
De vraag voor melkveehouders is bovendien of de extra kosten voor het langer aanhouden van de dieren terugkomt in de verkoopprijs van het kalf. Wageningen UR heeft onlangs een rapport uitgebracht waarin de onderzoekers uitgaan van een extra kostenpost bij van 28,62 euro per kalf en 43,26 euro per kalf bij een afvoer op 35 dagen. Ze hebben daarbij gekeken naar de kosten voor aanschaf van extra eenlingboxen/iglo’s, voeding en arbeid. Het grootste deel van de meerkosten (90%) bestaat uit de hogere voerkosten gedurende de extra weken.
In de melkveehouderij roepen deze getallen vragen op. Het onderzoek heeft geen rekening gehouden met het feit dat (stier)kalveren na twee weken uit de eenlingboxen gaan en in groepshokken terechtkomen. De kosten voor extra groepshokken is niet meegenomen. Ook is er niet gerekend met extra gezondheidskosten (zoals diarree, longontsteking, dikke navel) en uitval.
Tot slot is er door de onderzoekers gerekend met een norm voor de tijdsbesteding per kalf die geldt voor het verzorgen van vleeskalveren (4,8 minuut voor een kalf van nul tot 28 dagen). Omdat het op melkveebedrijven wekelijks om slechts enkele (stier)kalveren gaat (dit in tegenstelling tot kalverbedrijven waar gemiddeld achthonderd kalveren verzorgd worden) lijken de arbeidskosten van 0,93 euro per kalf over van 0 tot 28 dagen erg weinig. De werkelijke arbeidskosten per kalf zullen op een melkveebedrijf minimaal een factor vijf hoger liggen. Ten opzichte van een kalf van veertien dagen kost een kalf van 28 dagen oud dan niet 28,62 euro meer, maar minimaal 35 euro.

Wel betere gezondheid
Transport op een latere leeftijd betekent wel dat de eigen (actieve) immuniteit van kalveren beter ontwikkeld is. En dat is een groot voordeel voor de vleeskalverhouder die steeds meer wordt afgerekend op het antibioticagebruik.
Bij aankomst op het vleeskalverbedrijf zijn oudere kalveren robuuster. Uit recent onderzoek waarbij twee transportleeftijden (14 dagen en 28 dagen) met elkaar vergeleken zijn, blijkt dat twee weken na het transport de oudste groep kalveren meer afweerstoffen bij zich draagt dan de groep die op jongere leeftijd op transport is gegaan (zie grafiek).
Waar de ontwikkeling van eigen actieve immuniteit van de jongste kalveren (na aankomst op het kalverbedrijf) nog twee weken in een neerwaartse lijn zit bij de kalverhouder, komt de oudste groep op het kalverbedrijf meteen in een stijgende lijn. Concreet houdt dit in dat oudere kalveren het in zich hebben om sneller te herstellen na de overgang van melkveehouderij naar kalverhouderij.
Ook het aantal witte bloedcelen (zogenoemde lymfocyten) ligt hoger bij kalveren die vervoerd worden op een leeftijd van 28 in vergelijking met transport op 14 dagen. Lymfocyten gelden als indicator voor de mate van weerstand die een dier heeft. Oudere kalveren zullen dus sneller opknappen nadat ze een ziekte hebben doorgemaakt.


Antistoffen (IgG, IgM, IgA) bij verschillende transportmomenten van kalveren

Agenda

    Er zijn momenteel geen evenementen gepland

Meer agenda

De Stoppersregeling

Alle antwoorden op veel gestelde vragen

Klik hier

Stelling

Loading

Weer

  • Zaterdag
    15° / 7°
    60 %
  • Zondag
    13° / 4°
    55 %
  • Maandag
    13° / 4°
    35 %
Meer weer