Mestscheider MW Techniek schaalt op
De mestscheider van MW Techniek uit Tubbergen brengt een kuub mest terug naar 900 liter water en een kleine 100 kilo exportwaardige droge fractie met 45 procent droge stof. Na ruim zes maanden testen en aanpassen op een kalverhouderij en melkveehouderij is de machine klaar voor een eerste productieserie, zegt producent Arjan Mensink.
De M in de bedrijfsnaam van MW Techniek staat voor mest en de W voor water. Dat is ook precies wat het bedrijf beoogt: water uit mest halen zodat er een exportwaardig droog product overblijft. De installatie kan direct op het erf van de veehouder worden geplaatst en verwerkt drijfmest in een gesloten proces. Tijdens dit proces wordt water en ammoniak uit de mest gehaald en omgezet in een ammoniumkunstmest. Het water kan geloosd worden terwijl de mineraalrijke droge fractie emissiearm kan worden ingezet in de landbouw of voor de opwekking van biogas in een vergistingsinstallatie.
Verwarmen en vacuüm
Eigenaar Arjan Mensink noemt zijn installatie ZLD-UP. Het werkingsprincipe van de mestscheider is als volgt. Drijfmest wordt in een dichte ketel gebracht en verwarmd tot minimaal 70 graden Celsius (70 tot 100 graden). Vervolgens wordt het geheel onder vacuüm gebracht. Het vocht, inclusief de ammoniakgassen, wordt weggezogen en gewassen in zuur. Wat overblijft is een vloeibare stikstofmeststof (renure) en loosbaar water.
De stikstofvloeistof kan tot slot nog door een kristalvormer gehaald worden waarna strooibaar kunstmest ontstaat. Uit een kuub drijfmest met 2 tot 2,5 kilo ammoniak blijft ongeveer 10 kilo kunstmest over. Afhankelijk van het gebruikte zuur kan de gewenste renure kunstmestvervanger gemaakt worden.
Half jaar testen in praktijk
Vanaf maart dit jaar test MW Techniek de installatie op een kalverbedrijf. Kalvermest is anders dan rundvee- en varkensmest, ervaart ontwikkelaar Arjan Mensink. Kalvermest vraagt om een extra behandeling om de droge fractie uit de machine te krijgen. Gedroogde kalvermest valt namelijk moeilijker uit elkaar dan rundvee- en varkensmest. De installatie krijgt daarom een laatste aanpassing: een dubbelwerkende vijzel die de droge fractie actief uit de vacuümketel haalt.
Voordeel van deze zogenoemde dubbelwormschroef is dat hij de droge mest verwijdert maar meteen zichzelf reinigt. De vijzelschroef raakt zo niet verstopt en kan de droge kalvermest duurzaam uit de installatie verwijderen. Voor deze aanpassing heeft MW techniek de installatie nog één keer naar de productielocatie in Tubbergen gehaald. Met deze toevoeging kan het verder testen en uitrollen van de installaties van start gaan, verklaart Mensink.
Zestien installaties ingepland
De productie van zestien installaties staat ingepland. Voor 24 nieuwe installaties zijn inmiddels de productieopdrachten ondertekend. Kopers zijn varkens, melkvee- en kalverhouders. Alle soorten drijfmest tussen de 3 en 12 procent kan de installatie probleemloos verwerken. Veehouders kunnen een installatie aanschaffen of de installatie vanaf 2027 huren. MW Techniek levert het apparaat in verschillende groottes: van 2.500 tot 7.500 kuub ingaande drijfmest op jaarbasis.
De mest kan met een continuproces in het apparaat gebracht worden. De veehouder hoeft als het ware alleen de stekker in het stopcontact te stoppen. Het apparaat is volgens Mensink ontwikkeld op basis van eenvoud en is boerproof. Onderhoud kunnen de veehouders afkopen voor 1,5 tot 2 euro per ingaande kuub mest per jaar. Ander voordeel van de installatie is volgens Mensink dat de mest niet in aanraking komt met loog of zuur. Alleen het vocht dat uit de mest getrokken wordt, gaat door een zure wasser voor de winning van kunstmest.
23 euro per kuub mest
Belangrijk aandachtspunt bij de verwerking is de benodigde stroomcapaciteit. Om het scheidingsproces te starten, moet eerst drie tot vier kuub mest op temperatuur gebracht worden. Dit kost de nodige elektrische energie. Als het verwerkingsproces eenmaal loopt wordt de restwarmte uit de warme vacuümdamp steeds opnieuw hergebruikt zodat de mest in de ketel warm blijft en er relatief weinig extra energie nodig is.
Gemiddeld is per kuub ingaande mest tussen de 40 en 50 kWh aan energie nodig. Bij een verwerkingscapaciteit van 1 kuub per uur is dat (50x€0,22) 11 euro per kuub mest. Wanneer de installatie in de zomer draait op bijvoorbeeld zonnepanelen, liggen de kosten beduidend lager. Hoe hoog de energiekosten zijn is daarmee erg afhankelijk van de bedrijfssituatie.
Bij een investering van 200.000 tot 300.000 euro en 20 procent jaarkosten op de investering (rente/aflossing/onderhoud) zijn de kosten 50.000 euro per jaar. Wanneer hiermee 5.000 kuub mest verwerkt kan worden, liggen de kosten per kuub op 10 euro. Samen met de elektriciteitskosten en een onderhoudscontract liggen de totale verwerkingskosten rondom de 23 euro per ingaande kuub mest. De kosten kunnen lager liggen als er eigen stroomopwekking op het bedrijf aanwezig is. Ook subsidietoekenning en MIA/Vamil hebben invloed op de kostprijs.
Droge fractie levert geld op
De droge fractie komt gehygiëniseerd uit de installatie met een drogestofpercentage van 45 procent en is dus stapelbaar. MW Techniek heeft meerjarige afspraken met afnemers in Duitsland waar dit product tegen een positief bedrag afgezet kan worden. Afhankelijk van de gasopbrengst ontvangt een veehouder ongeveer 30 euro per ton droge fractie. Dit is exclusief de transportkosten. De netto-opbrengst mag een veehouder van de verwerkingskosten aftellen.
Per kuub droge fractie blijft er ongeveer 2 euro aan opbrengst over. De VVO’s (jaarrond gemiddeld 1 euro per kg fosfaat) zijn voor de veehouder. Daarmee komen de netto kosten van de mestafzet rondom de 20 euro per ingaande kuub mest. “Met de huidige afzetkosten kunnen veehouders de installatie in drie jaar terugverdienen”, stelt Mensink. Naast een lagere ammoniakemissie draagt de installatie ook bij aan een lagere methaanuitstoot. “Dat is een extra voordeel dat je voor de toekomst zeker moet meewegen.”
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland

