Waarom+oudere+Duitse+kalveren+vaker+gezondheidsproblemen+hebben
Ons Kalf - Nieuws

Waarom oudere Duitse kalveren vaker gezondheidsproblemen hebben

Sinds 1 januari 2023 moeten Duitse kalveren minimaal 28 dagen oud zijn als ze het melkveebedrijf verlaten. Een deel van de kalveren komt op Nederlandse bedrijven. Kalverhouders merken op dat de opstart van oudere kalveren lastiger is. De Duitse dierenarts Matthias Klasen legt uit hoe gezondheidsproblemen bij oudere kalveren voorkomen kunnen worden. Een tip van de sluiter: geef ze meer suiker en minder zetmeel.

Waarom hebben oudere Duitse kalveren tegenwoordig meer gezondheidsproblemen?
“Dat heeft vooral te maken met de nieuwe regelgeving in Duitsland. Nu kalveren minimaal 28 dagen op het melkveebedrijf blijven, komen ze later op de kalverhouderij aan. Ondanks die hogere leeftijd zien we juist méér gezondheidsproblemen. Kalverhouders in Nederland en Duitsland herkennen dit: oudere Duitse kalveren vragen extra zorg.”

Wat maakt kalveren juist op die leeftijd zo kwetsbaar?
“De kern is de immuniteitsdip. De weerstand die kalveren via de biest meekrijgen, houdt ongeveer 21 dagen stand. Daarna ontstaat een kwetsbare periode waarin hun afweer op het laagste niveau zit. Vroeger werden kalveren rond veertien dagen verplaatst en waren ze al op het kalverbedrijf voordat die dip begon. Nu komen ze midden in die gevoelige fase aan en reageren ze veel sterker op veranderingen in huisvesting, management en voeding. De eerste dagen groeien ze nauwelijks en de kans op diarree, longontsteking en stressgerelateerde problemen is groter.”

Hoe verzwakt die immuniteitsdip het kalf precies?
“Het immuunsysteem kan op dat moment niet goed reageren op nieuwe prikkels. Zelfs vaccinaties vormen dan een zwaardere belasting. Oudere kalveren die net zijn aangekomen en in hun immuniteitsdip zitten, kunnen die extra prikkel minder goed verwerken dan jongere dieren die vóór de dip worden gevaccineerd.”

U waarschuwt ook voor het ‘leaky gut-syndroom’. Wat gebeurt er dan?
“Ongeveer tachtig procent van de weerstand van een kalf komt uit de darm. Wanneer de weerstand laag is, krijgen colibacteriën de kans zich snel te vermenigvuldigen. Bij het afsterven van die bacteriën komen gifstoffen vrij die de verbindingen tussen de darmcellen aantasten. Daardoor wordt de darmwand doorlaatbaar. Ziekteverwekkers en toxines komen dan rechtstreeks in het bloed terecht. Dat leidt tot ernstig zieke dieren en vormt een grote bedreiging voor kalveren die juist een sterke basis voor groei en gezondheid moeten opbouwen.”

Welke rol speelt voeding bij dit probleem?
“Voeding bepaalt in hoge mate hoe het immuunsysteem belast raakt. Jonge kalveren verdragen zetmeel slecht. Als E. coli’s groeien op zetmeel, vormen ze lipopolysacchariden, die de beschermende slijmlaag op de darmwand aantasten. Dat beschadigt de darm en verhoogt de immunologische belasting enorm. Suiker daarentegen werkt gunstiger. Het belast het immuunsysteem veel minder, waardoor er meer energie overblijft voor weerstand en groei. Een rantsoen met relatief veel suiker, minder zetmeel en een ruw eiwitgehalte van maximaal veertien procent, geeft duidelijk betere resultaten.”

Waarom past suiker beter in het natuurlijke voedingspatroon van een jong kalf?
“In het voorjaar, wanneer koeien in de vrije natuur afkalven, bevat gras veel suiker en eiwit. Dat is precies wat jonge dieren nodig hebben om een sterke start te maken. Denken vanuit suiker in plaats van zetmeel sluit dus aan bij de biologische realiteit van het kalf.”

U testte een suikerrijk rantsoen in de praktijk. Wat leverde dat op?
“We ontwikkelden een TMR-rantsoen met onder andere maismeel, sojameel, gemalen gerst, suikers uit melasse of perspulp, stro en mineralen, met maximaal veertien procent ruw eiwit. De resultaten waren heel duidelijk. Het aantal gevallen van crypto daalde. Het aantal koppelkuren per ronde halveerde van drie à vier naar meestal één à twee. De daggroei steeg van gemiddeld 950 tot 1.150 gram naar 1.150 tot 1.250 gram per dier in de periode van dag 28 tot 110. Deze cijfers laten zien dat rantsoenkeuze direct invloed heeft op weerstand en groei.”

Welke tips heeft u voor Nederlandse melkveehouders die hun kalveren straks ook 28 dagen op het bedrijf moeten houden?
“De biestvoorziening wordt nóg belangrijker dan hij al was. Biest is de belangrijkste bron van antistoffen voor het kalf maar bevat ook andere stoffen die de gezondheid bevorderen. De immuniteit die ze via de biest krijgen, neemt in de eerste vier weken langzaam af. Juist in de extra twee weken dat kalveren op het melkveebedrijf blijven, zijn ze kwetsbaar en hebben ze baat bij voldoende en kwalitatief goede biest. Hoe beter de biestvoorziening, hoe kleiner de immuniteitsdip op het moment van vertrek naar de kalverhouderij.”

Waar moeten melkveebedrijven verder op letten?
“Hygiëne is essentieel. Verrijdbare eenlinghokjes die buiten volledig kunnen worden gereinigd, verminderen de kans dat ziektekiemen aanwezig zijn. Daarnaast is voldoende ruimte nodig om kalveren in kleine, stabiele groepen 28 dagen op te vangen. Een all-in-all-out-systeem waarin groepshokken tussen rondes worden gereinigd en ontsmet verlaagt de infectiedruk aanzienlijk. Alles draait om het voorkomen van extra belasting voor kalveren in hun kwetsbaarste periode.”


Dierenartsenpraktijk Tepferd

Matthias Klasen is mede-eigenaar van dierenartsenpraktijk Tepferd in Raesfeld (DE). De acht dierenartsen begeleiden in Münsterland hoofdzakelijk melkvee- en kalverbedrijven, waaronder veel starterbedrijven met Fleckvie uit het zuiden van het land.
 

(Dit interview is verschenen in het magazine Ons Kalf, december 2025)

Agenda

    Er zijn momenteel geen evenementen gepland

Meer agenda

De Stoppersregeling

Alle antwoorden op veel gestelde vragen

Klik hier

Stelling

Loading

Weer

Meer weer