Gezonde+kalveren+basis+voor+ieders+succes
Ons Kalf - Nieuws

Gezonde kalveren basis voor ieders succes

Gezonde kalveren zijn de basis voor een succesvolle veestapel in de melkveehouderij én het startkapitaal voor een gezonde vleeskalverhouderij. Aangezien de eerste levensweken van een kalf bepalend zijn voor de latere prestaties van deze dieren, is een goede start op het melkveebedrijf belangrijk. Er zijn vijf belangrijke aandachtspunten.

Ziekten zoals diarree of longproblemen vormen een grote bedreiging in deze eerste periode na de geboorte. Dat er een relatie is tussen deze aandoeningen, blijkt uit verschillende onderzoeken. Zo hebben kalveren die in de eerste levensweken diarree hebben gehad 2,8 keer meer kans op het krijgen van een longontsteking. Diarree heeft niet alleen direct effect op groei, sterftepercentage en medicijngebruik, maar ook op de langere termijn zijn er gevolgen. Als kalveren later longontsteking krijgen, kan dit ook weer effect hebben op de melkproductie in de eerste lactatie. Uit ander onderzoek blijkt dat vaarzen met chronische longschade tot wel 500 liter minder melk produceren dan dieren die dit niet ondervinden.

Ook voor vleeskalverhouderij
Ook vleeskalverhouders weten dat kalveren met longproblemen minder groeien en extra ondersteuning nodig hebben. Belangrijke factoren hierbij zijn onder andere het gewicht en de conditie van de dieren bij aankomst, en het algehele management van de melkveehouder. Kortom: de eerste levensweken van het kalf zijn cruciaal voor beide sectoren, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Hieronder worden vijf belangrijke aandachtspunten besproken die een belangrijke rol spelen bij de gezondheid van de dieren in de eerste levensweken, en preventieve stappen die genomen kunnen worden om longproblemen te voorkomen. Zeker in deze herfst- en winterperiode hebben preventieve maatregelen een groot effect.

1-- Biest, het vloeibaar goud

Het belang van een goed biestmanagement kan niet genoeg worden benadrukt. Een kalf dat direct na de geboorte voldoende kwalitatief goede biest krijgt, bouwt een sterke weerstand op die gedurende de eerste levensmaanden doorwerkt. Hier is de laatste jaren steeds meer aandacht voor, zowel op melkveebedrijven als binnen kalverintegraties, die bijvoorbeeld resultaten van bloedonderzoek terugkoppelen.
Een praktisch advies aan de melkveehouder is om te zorgen dat het kalf zo snel mogelijk na de geboorte 3 tot 4 liter biest van goede kwaliteit krijgt. Dit betekent een Brix-waarde boven de 23 procent. Deze waarde kan worden gemeten met behulp van een refractometer. Dit leidt direct tot het tweede advies: meet de biestkwaliteit. Hierdoor ontstaat inzicht in de biestverstrekking op het bedrijf, en kan bijvoorbeeld worden ingegrepen tijdens de droogstand.
Het laatste advies – dat steeds meer wordt opgevolgd – is het langer doorvoeren van biest of transitiemelk (tweede of derde melkbeurt) gedurende minimaal de eerste vijf levensdagen. Dit kan eventueel worden gecombineerd met het aanbieden van (kunst)melk. Uit ervaringen van melkveehouders en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit direct het aantal diarree- en longproblemen vermindert.

2-- Voorkom tocht en koudeval

Ook de omgeving waarin een kalf opgroeit, is van grote invloed op de gezondheid. De ideale staltemperatuur voor jonge kalveren in de eerste twee weken ligt tussen de 15 en 20 graden Celsius. Een droog ligbed voorkomt afkoeling en stress, wat de weerstand verhoogt. Ventilatie is essentieel: onderventilatie leidt tot ophoping van ammoniak, terwijl overventilatie tocht en koudeval veroorzaakt. Beide zijn risicofactoren voor longproblemen.

3-- All-in all-out heeft voordelen

Het houden van kalveren in vaste groepen van zes tot acht dieren die als geheel worden verhokt (all-in all-out) vermindert de overdracht van infecties van oudere naar jongere dieren. Dit verlaagt de totale infectiedruk en vermindert stress, waardoor kalveren hun weerstand behouden. Stress is immers een belangrijke trigger voor diarree en longproblemen. In de varkenshouderij wordt bijvoorbeeld standaard volgens dit principe gewerkt. Ook vleeskalverhouders weten hoe belangrijk dit is.

4-- Op zoek naar ziekteverwekkers

Wilt u weten welke ziekteverwekkers op uw bedrijf een hoofdrol spelen? Dit kan door middel van bloedonderzoek en onderzoek op longvocht (longspoeling) of materiaal uit de neus (diepe neusswab). Bij bloedonderzoek wordt in algemene zin teruggekeken welke ziektekiemen op het bedrijf hebben gespeeld, via de afweerstoffen in het bloed. Dit kan dus ook bij niet-acuut zieke dieren worden uitgevoerd en is relatief eenvoudig uit te voeren.
Longspoeling of diepe neusswab wordt uitgevoerd bij acuut zieke dieren. Hierbij kunnen virussen of bacteriën worden aangetoond. Deze diagnostische methoden kunnen zowel op het melkvee- als op het vleeskalverbedrijf worden toegepast.

5-- Vaccinatie is maatwerk

Op basis van de aanwezige kiemen op een bedrijf kan worden besloten tot het inzetten van vaccinatie. Dit is een belangrijk onderdeel van de preventie van longproblemen. Het aantal veehouders, zowel op melkvee- als vleeskalverbedrijven, dat vaccinatie inzet, groeit de afgelopen jaren sterk.
Het meest bekende vaccin kan onderhuids worden toegediend vanaf een leeftijd van veertien dagen en beschermt tegen Mannheimia-bacteriën, BRSV (pinkengriep) en het PI-3-virus (parainfluenza). Twee vaccinaties, met een tussentijd van vier weken, geven bescherming tegen deze kiemen. Belangrijk is dat het juiste vaccin wordt gekozen, zodat er bescherming is tegen meerdere Mannheimia-typen.
Steeds meer bedrijven kiezen ook voor vaccinatie in de neus. Dit kon in het verleden al met vaccins tegen het BRSV-virus (pinkengriep) en het PI-3-virus (parainfluenza) en wordt nog steeds toegepast. Sinds enige tijd is er ook een neusvaccinatie mogelijk tegen het Bovine coronavirus (rundercoronavirus). Dit is een broodnodige aanvulling, omdat dit virus het vaakst wordt aangetoond in longspoelingen bij zieke dieren. Ook zijn er relaties aangetoond tussen dit coronavirus en Mannheimia en Mycoplasma-bacteriën: als het Bovine coronavirus aanwezig is, brengen deze bacteriën meer schade aan in de longen.
Sommige intranasale vaccinaties kunnen vanaf de eerste levensdag worden toegediend, afhankelijk van de producent. De neusvaccinatie tegen Bovine coronavirus geeft al na vijf dagen bescherming.

Basis voor een sterke veestapel
Door bovenstaande pijlers te combineren, met specifieke aandachtspunten voor het melkvee- en vleeskalverbedrijf, legt u de basis voor gezonde kalveren, een sterke veestapel en een rendabele bedrijfsvoering. Wilt u meer weten over deze stappen, diagnostiek of vaccinatie? Neem dan contact op met uw dierenarts of met MSD Animal Health voor advies op maat.
 

Agenda

    Er zijn momenteel geen evenementen gepland

Meer agenda

De Stoppersregeling

Alle antwoorden op veel gestelde vragen

Klik hier

Stelling

Loading

Weer

Meer weer