Geen daling antibioticagebruik bij oudere Duitse kalveren
Hoewel Duitse kalveren sinds 2023 ouder zijn bij aankomst op Nederlandse vleeskalverbedrijven, leidt dit niet tot een structurele verbetering van hun prestaties. Uit onderzoek van GD blijkt dat het antibioticagebruik niet is gedaald en dat de uitval over de hele mestperiode niet lager ligt dan bij Nederlandse kalveren.
Sinds 1 januari 2023 geldt in Duitsland de verplichting om kalveren minimaal 28 dagen op het melkveebedrijf te houden voordat zij mogen worden afgevoerd, in plaats van de eerdere minimumleeftijd van 14 dagen. Sindsdien zijn er van meerdere lichtingen kalveren gegevens beschikbaar over hun prestaties op Nederlandse blankvlees- en rosékalverbedrijven. De verwachting was dat oudere kalveren bij opzet gezonder zouden zijn en daardoor beter zouden presteren.
Voordeel uitval verdwijnt
De resultaten laten zien dat Duitse kalveren in de eerste maanden na opzet inderdaad een lagere kans op uitval hebben dan voorheen. Dit geldt zowel voor blankvlees- als rosékalverbedrijven. Over de volledige mestperiode tot aan de slacht verdwijnt dit voordeel echter: de totale uitval van Duitse kalveren is niet lager dan die van kalveren van Nederlandse herkomst. Opvallend is bovendien dat het antibioticagebruik bij Duitse blankvleeskoppels sinds 2023 niet is afgenomen. Daarmee blijft een belangrijk doel van de hogere afvoerleeftijd – een lagere gezondheidsdruk en minder medicijngebruik – vooralsnog uit.
Diergezondheidsmonitoring
Het onderzoek maakt deel uit van de diergezondheidsmonitoring van GD en vergelijkt de gezondheid van geïmporteerde vleeskalveren met die van in Nederland geboren dieren. Daarbij is gekeken naar uitvalcijfers, antibioticagebruik en pathologische bevindingen bij sectie. Uit de analyse blijkt dat de herkomst van kalveren samenhangt met verschillen in gezondheid en prestaties. Zo presteren Ierse kalveren die worden opgezet op blankvleeskalverbedrijven beter dan Nederlandse kalveren, met een lagere uitval en minder antibioticagebruik. Duitse kalveren presteerden in de onderzoeksperiode op blankvleesbedrijven juist minder goed dan Nederlandse kalveren en hadden vaker infectieuze longaandoeningen bij sectie. Op rosékalverbedrijven werden geen duidelijke verschillen in uitval tussen Duitse en Nederlandse kalveren vastgesteld.
Geen eenduidige verbetering
Volgens GD kan worden geconcludeerd dat de verhoging van de minimale afvoerleeftijd in Duitsland niet heeft geleid tot een eenduidige verbetering van de prestaties van Duitse vleeskalveren in Nederland. De leeftijd bij opzet blijkt slechts één van de factoren die de diergezondheid en het antibioticagebruik beïnvloeden.
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland



