Gezondheid kalveren bij koe vergelijkbaar met regulier
Kalveren die langere tijd bij hun moeder of een pleegkoe blijven, lijken wat betreft gezondheid en biestopname niet slechter of beter te presteren dan kalveren op een gemiddeld Nederlands melkveebedrijf. Dat blijkt uit onderzoek van Royal GD in opdracht van het ministerie van LVVN. Vanwege het beperkte aantal onderzochte bedrijven kunnen echter geen statistische conclusies worden getrokken.
Voor het onderzoek werden negentien melkveebedrijven onderzocht die het zogenoemde Kalf bij de Koe-systeem (KbK) al minimaal twee jaar toepassen en waarbij ten minste een deel van de kalveren minimaal acht weken bij een koe zoog. Alle deelnemende bedrijven waren biologisch of biologisch-dynamisch. De onderzoekers combineerden diepte-interviews met onderzoek naar de biestopname en een analyse van beschikbare gezondheidsgegevens.
Vergelijkbare KalfOK-score
De KalfOK-score, die een indicatie geeft van de gezondheid en opfokkwaliteit van kalveren en jongvee, lag op de KbK-bedrijven op een mediaan van 81 punten. Voor het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf was dat 83 punten. Ook de afzonderlijke kengetallen voor de kalveropfok lieten volgens de onderzoekers een vergelijkbaar beeld zien.
Ook bij de biestopname werden geen duidelijke verschillen gevonden. Hiervoor werden bloedmonsters onderzocht van 63 kalveren op vijftien KbK-bedrijven. Bij 84 procent van deze kalveren werd de hoeveelheid IgG-antistoffen als goed of zeer goed beoordeeld. Bij 951 routinematig ingestuurde monsters van andere melkveebedrijven was dat 81 procent. De onderzoekers vonden geen aanwijzingen dat KbK-kalveren vaker of juist minder vaak onvoldoende antistoffen uit biest opnemen.
Lager antibioticagebruik
Op de onderzochte KbK-bedrijven werd minder antibiotica gebruikt dan gemiddeld in de Nederlandse melkveehouderij. Ook de sterfte onder volwassen runderen was lager en koeien werden gemiddeld ouder. Daar stond tegenover dat op de KbK-bedrijven meer koeien met een verhoogd celgetal voorkwamen. Het onderzoek kan niet aantonen dat deze verschillen het gevolg zijn van het Kalf bij de Koe-systeem. Voor de gezondheid van volwassen koeien trekken de onderzoekers daarom geen eenduidige conclusie. Verschillen in onder meer bedrijfsvoering, extensiviteit en raskeuze kunnen de resultaten beïnvloeden.
Geen statistische conclusies
De onderzoekers waarschuwen nadrukkelijk voor het trekken van algemene conclusies. De studie omvatte slechts negentien bedrijven en de manier waarop Kalf bij de Koe wordt toegepast verschilde sterk. Bovendien waren alle bedrijven biologisch of biologisch-dynamisch en met een mediaan van 76 koeien kleiner dan het gemiddelde Nederlandse melkveebedrijf met 103 koeien. Daardoor is een rechtstreekse vergelijking met de gehele Nederlandse melkveehouderij lastig.
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland

