Wetenschappers zien uitweg uit stikstofcrisis
De Nederlandse stikstofcrisis is oplosbaar. Dat stellen verschillende wetenschappers in het rapport ‘De Nederlandse stikstofcrisis: van verwarring naar verbinding'. Volgens de onderzoekers ligt de kern van het probleem in een vermenging van milieukundige, ecologische en juridische vraagstukken, in combinatie met een sterke afhankelijkheid van rekenmodellen. Het beleid loopt hierdoor vast en oplossingen blijven uit.
De onderzoekers stellen dat de huidige impasse vooral het gevolg is van een vermenging van verschillende vraagstukken. Ecologische, milieukundige, sociaaleconomische en juridische aspecten zijn volgens hen door elkaar gaan lopen, mede door een sterke afhankelijkheid van rekenmodellen en kritische depositiewaarden. Tegelijkertijd wijzen zij op tegenstrijdige belangen rond technische oplossingen en een beleid dat vooral reactief inspeelt op rechterlijke uitspraken, in plaats van gericht is op structurele oplossingen.
Onderliggende problemen scheiden
Het rapport probeert deze ‘Gordiaanse knoop’ te ontwarren door de onderliggende problemen te scheiden. Daarbij onderscheiden de auteurs drie kernvraagstukken. Het eerste is milieukundig: het terugdringen van stikstofuitstoot in brede zin, inclusief ammoniak, stikstofoxiden en nitraat, maar ook broeikasgassen zoals lachgas en methaan. Volgens de onderzoekers is dit een opgave die verder reikt dan natuur alleen en raakt aan waterkwaliteit en klimaatbeleid.
Daarnaast is er een ecologisch probleem. Veel natuurgebieden kampen met schade door een combinatie van langdurige stikstofbelasting, verdroging, klimaatverandering en gebrekkig beheer. Herstel vraagt daarom om gerichte maatregelen in de natuur zelf, zowel op korte als lange termijn. Alleen emissiereductie is volgens de onderzoekers niet voldoende om natuurkwaliteit te verbeteren.
Complexe bewijslast ontstaan
Het derde probleem ligt in de juridische sfeer. De manier waarop Europese natuurbeschermingsregels zijn vertaald naar Nederlands beleid heeft geleid tot een systeem waarin vergunningverlening vrijwel vastloopt. Door de koppeling tussen stikstofdepositie en natuurdoelen is een complexe bewijslast ontstaan, waardoor zelfs projecten die uitstoot verminderen moeilijk doorgang vinden. Volgens de auteurs zijn de juridische en feitelijke werkelijkheid daardoor uit elkaar gegroeid.
Om uit de impasse te komen, pleiten de onderzoekers voor een andere benadering: integrale doelsturing. Centraal daarin staat een verschuiving naar beleid dat stuurt op emissies in plaats van depositie. Op landelijk, regionaal en lokaal niveau moeten duidelijke grenzen worden gesteld aan de totale uitstoot, waarna bedrijven binnen die ruimte verantwoordelijkheid en keuzevrijheid krijgen om hun emissies te beperken.
Natuurherstel in beleid verankeren
Tegelijkertijd moet natuurherstel nadrukkelijk onderdeel zijn van het beleid, met verbeterde beheerplannen voor Natura 2000-gebieden en gerichte maatregelen in kwetsbare zones. Ook juridisch moet het systeem worden aangepast, zodat ondernemers binnen vastgestelde emissieruimte duidelijkheid en zekerheid krijgen en vergunningverlening weer mogelijk wordt.
Volgens de onderzoekers kan deze aanpak grotendeels worden gerealiseerd binnen de bestaande Omgevingswet. Daarmee ligt de oplossing niet in nieuwe wetgeving, maar in een andere manier van sturen. Het uiteindelijke doel is een systeem waarin natuurherstel en economische ontwikkeling elkaar niet langer in de weg zitten, maar juist versterken.
Lees ook
Meest gelezen
Agenda
-
Er zijn momenteel geen evenementen gepland

